Maak jouw product

← Kennisbank·Begrippen

3D-print begrippenlijst

De belangrijkste termen uit het 3D-printen, kort en helder uitgelegd. Handig als je een offerte of artikel leest en een woord tegenkomt dat je niet kent.

3MF
Een modern 3D-bestandsformaat dat naast de vorm ook kleur, materiaal en print-instellingen in één bestand bewaart.Opvolger van STL. Bij ons coderen de meerkleuren-bestanden de kleur per object in het 3MF.
AMS
Het Automatic Material System van Bambu Lab dat tijdens het printen automatisch tussen meerdere filamentrollen wisselt.Maakt meerkleuren-prints mogelijk zonder handmatig van rol te wisselen.
ASA
Een UV- en weerbestendig kunststof (Acrylonitrile Styrene Acrylate) dat vooral voor buitentoepassingen wordt gebruikt.Blijft vormvast tot ongeveer 95 graden en wordt niet bros in de zon.
Bedhechting
Hoe goed de eerste laag van een print aan de printplaat blijft plakken.Slechte bedhechting is een van de meest voorkomende oorzaken van een mislukte print.
Brim
Een platte rand van één laag rondom de voet van een print, die de hechting aan de plaat vergroot.Wordt na het printen afgesneden. Handig bij hoge of smalle objecten.
Elephant foot (olifantenvoet)
Een lichte uitstulping onderaan een print, doordat de eerste lagen onder gewicht en warmte iets uitzakken.Te beperken met een iets lagere eerste-laag-temperatuur of een kleine correctie in de slicer.
Extruder
Het onderdeel dat het filament aandrijft en richting de hot end en nozzle duwt.
FDM
Fused Deposition Modeling: 3D-printen door gesmolten kunststof laag voor laag op te bouwen.De techniek die Plasticopmaat gebruikt. Herkenbaar aan de fijne laaglijnen.
Filament
De kunststofdraad op een rol die een FDM-printer smelt en als bouwmateriaal gebruikt.Meestal 1,75 millimeter dik. Wordt afgerekend op gewicht.
Glasovergangstemperatuur
De temperatuur waarbij een kunststof overgaat van hard naar zacht en vervormbaar.Voor PLA ligt die rond 60 graden, wat het ongeschikt maakt voor warme plekken.
Infill (vulgraad)
Het interne vulpatroon van een print, uitgedrukt als percentage van volledig massief.Wij printen decoratief rond 15 procent en functioneel rond 25 procent. Meer infill is sterker maar zwaarder en duurder.
Laagdikte
De hoogte van elke geprinte laag, meestal tussen 0,1 en 0,3 millimeter.Dunnere lagen zijn fijner maar verlengen de printtijd fors. Standaard printen wij op 0,2 millimeter.
Nabewerking
Alle handelingen na het printen, zoals support verwijderen, schuren, boren of lijmen.
Nozzle (spuitmond)
De metalen punt waar het gesmolten filament uit komt; de diameter bepaalt de detailfijnheid.Een standaard nozzle is 0,4 millimeter breed.
Overhang
Een deel van het model dat onder een steile hoek naar buiten steekt zonder onderliggende laag.Boven ongeveer 45 graden overhang is support nodig om doorzakken te voorkomen.
PETG
Een taaie kunststof (polyethyleentereftalaat-glycol) die qua eigenschappen tussen PLA en ASA in zit.UV-bestendiger dan PLA en hittebestendig tot ongeveer 80 graden. Bij ons op aanvraag.
PLA
Een makkelijk te printen kunststof (polymelkzuur) op plantaardige basis, ideaal voor binnen.Ons standaardmateriaal. Vervormt vanaf ongeveer 60 graden en is niet UV-bestendig.
Prime tower
Een los torentje naast het model waar de nozzle bij elke kleurwissel wordt schoongespoeld.Zorgt dat de nieuwe kleur zuiver is voordat de printer verdergaat met het model.
Purge
Het filament dat wordt weggespoeld bij een kleur- of materiaalwissel om de vorige kleur uit de nozzle te verwijderen.Meer kleurwissels betekent meer purge en dus meer materiaalverbruik.
Retraction (terugtrekken)
Het kort terugtrekken van filament tijdens een verplaatsing, om nadruppelen en draadvorming te voorkomen.
Shore-hardheid
Een maat voor de hardheid van flexibele materialen; een hoger getal betekent stugger.Onze TPU is Shore 95A, net iets harder dan autoband-rubber.
Slicer
Software die een 3D-model omzet naar laag-voor-laag print-instructies (G-code) voor de printer.Hier worden laagdikte, infill, support en kleuren ingesteld.
STEP
Een CAD-uitwisselingsformaat dat de exacte wiskundige vorm van een onderdeel bewaart, niet alleen een driehoeksnet.Geschikt voor technische onderdelen met precieze maten.
STL
Het meest gebruikte 3D-printformaat, dat een object beschrijft als een net van driehoeken.Bevat geen kleur of maat-eenheid. Lever je een STL aan, dan sla je de ontwerpfase over.
Stringing (draadvorming)
Dunne filamentdraadjes tussen onderdelen van een print, veroorzaakt door nadruppelen bij verplaatsingen.Te beperken met retraction en de juiste temperatuur.
Support (steunmateriaal)
Tijdelijke wegwerpstructuren die overhangende delen ondersteunen tijdens het printen.Worden na het printen verwijderd en kosten extra materiaal en nabewerktijd.
Toleranties
De toegestane maatafwijking van een geprint onderdeel ten opzichte van het ontwerp.Bij FDM reken je doorgaans op enkele tienden van een millimeter.
TPU
Een rubber-achtig, flexibel kunststof (thermoplastisch polyurethaan) dat buigt en zijn vorm herstelt.Ideaal voor klemmen, dempers en beschermhoezen. Niet geschikt voor zware structurele belasting.
Wanddikte
De dikte van de buitenwanden van een print, opgebouwd uit een aantal omtreklijnen.Voor buitengebruik houden we minimaal 2 millimeter aan tegen wind en stoten.
Warping (kromtrekken)
Het omhoog krullen van de hoeken van een print doordat het materiaal ongelijk afkoelt en krimpt.Speelt vooral bij ASA. Een verwarmde plaat en een gesloten printer helpen.