Kernfeiten
Dit artikel gaat over de techniek van namaken: welke maten kritisch zijn, hoe je ze meet, en waarom een exact nagemaakt onderdeel vaak niet past. Over het proces, dus waar je begint en wat het kost, gaat een onderdeel laten 3D printen.
Welke maten zijn kritisch?
Maar een handvol. Klikafstanden, want die bepalen of een clip pakt. Asgaten en doorvoeren, want die moeten sluiten. En de wanddikte op de plek waar het onderdeel gebroken is, want daar moet het juist dikker dan het origineel. De rest van de vorm mag ruimer: een print wijkt sowieso 0,2 mm af van de tekening, dus honderdsten narekenen op niet-kritische vlakken is verspilde moeite.
| Situatie | Speling | Waarom |
|---|---|---|
| Vaste passing, klikt of klemt | 0,2 mm | Anders past het niet of breekt het bij montage |
| Schuivende passing, beweegt | 0,3 mm | Ruimte om te bewegen zonder klemmen |
| Verticaal gat | Minimaal 1,0 mm | Kleiner loopt dicht tijdens het printen |
| Maatafwijking van de print zelf | 0,2 mm | Komt boven op alle andere speling |
Hoe meet je met een schuifmaat?
Meet elke kritische maat drie keer en neem het gemiddelde, want een versleten of licht vervormd onderdeel geeft per meting iets anders. Meet buitenmaten met de brede bek en gaten met de smalle punten. Noteer bij elke maat wat hij moet doen: vast zitten, dan rekenen wij 0,2 mm speling, of bewegen, dan wordt het 0,3 mm. Zonder die aantekening wordt het gokken.
Wat doe je als het origineel gebroken is?
Twee trucs redden bijna elke situatie. Spiegelen: veel onderdelen zijn symmetrisch, dus de intacte helft levert de ontbrekende maat. En referentie nemen: meet het apparaat of meubel waar het onderdeel in hoort, want de gaten en randen daar liggen vast en zijn niet gebroken. Werkt geen van beide, stuur het onderdeel dan op. Reken hoe dan ook op 0,2 mm maatafwijking op de nieuwe print.
Waarom past een exact nagemaakt onderdeel niet?
Omdat exacte maten geen speling bevatten. Twee delen met dezelfde maat passen niet in elkaar; er moet ruimte tussen. Voor een vaste passing is dat 0,2 mm, voor een schuivende 0,3 mm, en daar bovenop komt de 0,2 mm van het printen. Ronde gaten komen bovendien iets krapper uit dan getekend. De volledige richtlijn staat in tolerantie bij 3D-print onderdelen.
Waarom maak je het onderdeel sterker dan het origineel?
Omdat een onderdeel dat is afgebroken daar per definitie een zwakke plek had. Maak de wand op die plek minstens 2,0 mm dik, tegen 1,2 mm voor gewone wanden, en rond de overgang af met 1,0 mm tot 3,0 mm. Een wand van 0,4 mm is het absolute minimum en draagt niets. Meer in de minimale wanddikte.
Waarom bepaalt de printrichting of het houdt?
Omdat een print langs de laagnaden veel zwakker is. PLA haalt 35 MPa in het printvlak en 31 MPa dwars op de lagen, dus 35 tegen 31. Leg de belasting daarom in het vlak. Bij een clip die veert is dat het verschil tussen jarenlang meegaan en afknappen bij de eerste klik. Meer in hoe sterk een 3D-print is.
Onderdeel opmeten en laten maken kan via de maatwerk-tool, of voor meerdere stuks via een offerteaanvraag. Gaat het om een meubelclip, lees dan klemmetje kapot laten namaken. Past het geleverde onderdeel toch niet, kijk dan bij retourneren.
0,2 mm speling bij een vaste passing en 0,3 mm bij een schuivende. Exacte maten overnemen is precies waarom het niet past.
Veelgestelde vragen
Drie soorten. Klikafstanden, want die bepalen of een clip pakt. Asgaten en doorvoeren, want die moeten precies passen. En de wanddikte op de plek waar het onderdeel is gebroken, want daar moet het juist dikker. De rest van de vorm mag ruimer; een print wijkt sowieso 0,2 mm af van de tekening.
Meet elke kritische maat drie keer en neem het gemiddelde, want een versleten of vervormd onderdeel geeft per meting iets anders. Meet buitenmaten met de brede bek en gaten met de smalle punten. Noteer bij elke maat of hij vast moet passen, dan rekenen wij 0,2 mm speling, of moet bewegen, dan wordt het 0,3 mm.
Twee trucs helpen bijna altijd. Spiegelen: veel onderdelen zijn symmetrisch, dus de intacte helft geeft de ontbrekende maat. En referentie nemen: meet het apparaat of meubel waar het onderdeel in hoort, want de gaten en randen daar liggen vast. Lukt geen van beide, stuur dan het gebroken deel op. Reken hoe dan ook op 0,2 mm maatafwijking bij het printen.
Nee, en dat is een van de weinige kansen om het beter te doen. Een onderdeel dat is afgebroken had daar een zwakke plek, meestal een te dunne wand of een scherpe hoek. Maak die wand minstens 2,0 mm dik en rond de overgang af. Print bovendien zo dat de belasting in het printvlak valt, want dwars op de lagen haalt PLA maar 31 MPa.
Omdat kloppende maten geen speling bevatten. Twee delen met exact dezelfde maat passen niet in elkaar: er moet ruimte tussen. Voor een vaste passing is dat 0,2 mm, voor een schuivende 0,3 mm. Daar bovenop komt de 0,2 mm maatafwijking van het printen zelf, en gaten komen vaak nog iets krapper uit dan getekend.
Bronnen
- Eigen ontwerprichtlijn, Plasticopmaat, 2026: Bambu Lab, 0,4 mm nozzle, 0,20 mm laaghoogte
- Bambu Lab, Technical Data Sheet PLA Basic V3.0: Temperaturen, waterabsorptie (0,43%), treksterkte en Young's modulus van PLA
- Algemene FDM-ontwerpliteratuur: Breed gedragen FDM-ontwerpvuistregels; geen eigen meting, geen exacte citatie
Geschreven door Redactie Plasticopmaat, eigen werkplaats in Gouda met 15 Bambu Lab printers. Laatst gecontroleerd op 17 augustus 2026.
Klaar om jouw idee te printen?
Bereken de prijs live in onze calculator, geen offerte-traject nodig.



